Schollenbrug bij Weesperzijde

Op het schilderij ‘Schollenbrug bij Weesperzijde’ komen de Schollenbrug en het gelijknamige café aan de Weesperzijde niet voor, zodat de locatie van het schilderij een tijd lang onduidelijk was.

Op de foto uit 1880 is het café Schollenbrug te zien en een stukje Weesperzijde met op de achtergrond de toenmalige houten brug over de ringvaart, die van de Watergraafsmeer naar de Amstel liep (en nog steeds loopt). De brug werd in 1900 vervangen door een bredere betonnen brug, die op haar beurt in 1932 werd vervangen door de huidige brug, naar een ontwerp van Berlage.

Café Schollenburg werd van omstreeks 1880 tot 1921 uitgebaat door de familie van Schaik. Daarachter, langs de ringvaart, legde de eigenaar een tuin aan voorzien van ‘alle gereedschappen van Kindervermaken en Gymnastiek’ (bron: https://www.vriendenvanwatergraafsmeer.nl/cafe-schollenbrug-en-zijn-voorganger).

In verband met de vervanging en verbreding van de Schollenbrug en aansluiting op de aan te leggen Berlagebrug werd het café in 1932 gesloopt.

De huizen op het schilderij staan aan het Visscherspad (nu Schollenbrugstraat), dat langs de ringvaart loopt die de Amstel (ook nu nog) verbindt met de Watergraafsmeer loopt.

Het is geschilderd vanaf de overkant (rechts op de foto) – vermoedelijk vanaf het zijterras of de tuin van Café Schollenbrug.

foto’s: collectie Stadsarchief Amsterdam.

 

Enkhuizen de dromedaris met havengezicht

In 1920, toen Enkhuizen nog aan de Zuiderzee lag, schilderde Wolter de bedrijvigheid in de buitenhaven van Enkhuizen, met op de achtergrond de Dromedaris.

Vermoedelijk is dit gebaseerd op schetsen die hij maakte bij bezoeken aan Enkhuizen in 1917 en 1919. Een daarvan laat de Dromedaris zien van de andere kant, met de witte klapbrug op de voorgrond.

De buitenhaven werd destijds gebruikt door de vissersschepen, waarvan er soms enkele honderden aangemeerd lagen, vele afkomstig uit andere Zuiderzeehavens, zoals Huizen, Bunschoten, Marken en Lemmer. Hoewel de Enkhuizer vissers van oudsher op de Noordzee visten, concentreerden zij zich na de eerste wereldoorlog op de visvangst in de Zuiderzee, met name haring en ansjovis. Na het gereedkomen van de Afsluitdijk in 1932 nam de vissersvloot geleidelijk aan af en stapten de vissers die doorgingen veelal over op de palingvisserij.

  • Bron: Jn. Kofman, Enkhuizen als visserijplaats, verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 22e bundel, pagina 65-80. Uitgave: Historisch Genootschap “Oud West-Friesland”, 1955

De Dromedaris is in de 16e eeuw gebouwd als verdedigingswerk en is van 1649-1657 verhoogd met twee verdiepingen, waardoor de huidige vorm werd bereikt.

In diezelfde tijd werd op het rondeel een spits dak geplaatst met een open koepeltoren, waarin zich een carillon van 44 klokken bevindt van onder meer Pieter Hemony en de firma Eijsbouts.

De witte ophaalbrug geeft schepen toegang tot de achtergelegen Oude Haven. Bron: Wikipedia

Bron van de briefkaart: Dr. Trenkler & Co Leipzig (1906-1911)

Het Gezicht op de Rijn en Betuwe

Het gezicht op de Rijn en Betuwe (1908) tijdens een windloze zomerdag werd geschilderd vanaf de Grebbeberg bij Rhenen (zie de foto uit 1940; uitgave A. Stolk Rhenen No. 4. 941).

In dezelfde periode schilderde Wolter onder meer in Woudrichem, Gorkum en Zierikzee. Rijn en Betuwe bestaat uit grote kleurvlakken en het schilderij weerspiegelt de classicistische opleiding die Wolter aan de Antwerpse Academie had genoten. In Polperro en andere Engelse kustplaatsen, waar Wolter vanaf 1910 naar toe reisde, ontwikkelde hij zijn luministische palet en divisionistische techniek, die kenmerkend zijn voor zijn werk.

Vanwege de ligging hoog boven de rivier werden op de Grebbeberg al vroeg versterkingen aangebracht, waaronder een ringwal met droge gracht, die vermoedelijk uit de zevende eeuw stamt. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag hier de Grebbelinie, waar van 11 tot en met 13 mei 1940 hevige gevechten plaatsvonden met Duitse troepen.

Zuidwellebrug in Zierikzee

Tijdens zijn eerste reis naar Zeeland in 1909 schilderde Wolter op een mooie zomeravond de Zuidwellebrug in Zierikzee, met op de achtergrond de St Lievens Monstertoren.

De Zuidwellebrug stamt uit 1624 (toen nog geheel van hout) en is in de huidige vorm aangelegd in 1784.

In 2017 werden ernstige scheuren aangetroffen in de brug, waarna bleek dat het voegwerk – waarschijnlijk als gevolg van het zout dat na de watersnoodramp daarin was achtergebleven – op sommige plaatsen geheel verpulverd was. De brug is in 2020 geheel gerenoveerd.

Op het schilderij koestert de St Lievens Monstertoren zich in de zon op een wat heiige zomeravond.

De bouw van de toren ving aan in 1454, toen Zierikzee al een welvarende vissers- en handelsstad was en in 1510 werd de huidige hoogte bereikt.

De oorspronkelijk beoogde hoogte was vermoedelijk 130 meter (hoger dan de Dom in Utrecht), maar door geldgebrek is het bij 67 meter gebleven.

De toren ontleent zijn naam aan de naastgelegen St Lievenskerk, waarmee hij verbonden had moeten worden, maar ook daar was geen geld meer voor.
(Bron: www.zierikzee-monumentenstad.nl)

Bron is het Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr ZZE-2395. De foto is van S. Ochtman, S. Ochtman en Zoon.

 

Sluiswachterhuis aan de Sint Anthoniesluis Amsterdam

Het huisje werd in 1695 gebouwd, als sluiswachtershuis aan de Sint Anthoniesluis. De sluiswachter bediende, controleerde en onderhield de sluis in opdracht van de stad Amsterdam. De sluis had tot doel de vijandige schepen te beletten om de stad in te komen en de uitstroom van rivierwater (Amstel) via de grachten naar het IJ te regelen (bron: https://www.joodsamsterdam.nl/het-huisje-van-gosler/).

Montelbaanstoren zicht

Toen HJW dit schilderde stond het huisje aan het begin van de Joden Houttuinen, een straat waarvan alle andere huizen zijn afgebroken.

In het gebouw was gevestigd A. Gosler & Zonen, handel in machinerieën en metalen, die blijkens een bord op de gevel ook aannemer van sloopwerken was. De joodse familie Gosler bestond uit Abraham, Saartje en vijf kinderen, waarvan er twee WO II hebben overleefd.

Het huisje was eind jaren zestig rijp voor de sloop, maar bleef behouden en werd eind jaren zeventig gerenoveerd tot woonhuis.

Sinds de jaren negentig zit hier Café De Sluyswacht, tot voor kort eigendom van ex-Woo dj Jan Westerman, die vlak voor Oud & Nieuw 2022 overleed.

Damrak met SS Amsterdam

Breitner schilderde bijna hetzelfde plekje in 1903, vermoedelijk aan de hand van de laatste foto (van zijn hand).

 

 

 

 

 

 

 

 

Het schilderij van Wolter is moeilijk te dateren, maar is van latere datum. Het zat in de kajuit van het stoomschip (SS) Amsterdam dat in dienst was van de London and Northern Eastern Railway.

Wolter, Hendrik Jan; Panel from London and North Eastern Railway Steamer SS ‘Amsterdam’; National Railway Museum

 

Een andere versie van het schilderij, waarop de achtergrond (de achterkant van de huizen aan de Warmoesstraat) in de ochtendmist vervaagt.

Henk J. Wolter als wielrenner

2e van links bij de pijl Henk Wolter

Een goed bewaard geheim is dat Wolter op jonge leeftijd een niet onverdienstelijk wielrenner was. Een kostelijk verhaal hierover is vastgelegd in de Sociaal Economische geschiedenis van
de wielersport 185-1900 van Addy Schuurman, hier legt hij het volgende vast over Hendrik Jan (Henk)

Henk Wolter
De Amersfoorter H.J. Wolter jr. combineerde het bohémien bestaan van de kunstenaar met zijn afkomst uit een technisch-ambachtelijke familie. Hij was de zoon van H.J. Wolter, de grondlegger van Wolter en Dros.Het gezin Wolter vestigde zich in Amersfoort in 1885, waar de vader een fabriek voor verwarmingsapparaten begon. Daarnaast was hij vertegenwoordiger van de Utrechtsche Waterleiding Maatschappij in Amersfoort. Op meerdere wijzen een modern man die zijn tijd vooruit was. Als eerste in Amersfoort meldde hij zijn dochter aan bij het gymnasium, maar dat weigerde de inschrijving vanwege de vele oud-katholieke leerlingen, die zich door het vrouwelijk gezelschap zouden kunnen laten afleiden.
Henk volgde van 1886 tot 1893 de HBS. Daarna wilden zijn ouders, dat hij carrière zou maken in het leger. Hij schreef zich in voor een officiersopleiding in Haarlem, maar dat beviel hem niet en na korte tijd maakte hij de overstap naar Amsterdam waar hij een kunstenaarsopleiding voltooide. Henk Wolter werd lid van de ANWB in januari 1889 en debuteerde als wielrenner met een eerste prijs op 26 mei 1890 te Nijmegen. Hij werd bovendien derde in het kampioenschap van Nederland op de hoge bicycle over 5000 m. Wolter was één van de laatste grote renners op de velocipède. Nog in juli en augustus 1892 won hij in Scheveningen en in Arnhem wedstrijden op deze hoge tweewielers die toen snel uit de mode raakten.
Daarnaast kwam hij ook in wegwedstrijden uit. In deze wedstrijden bereed hij meestal een laag rijwiel.

 

Wolter als reizend kunstenaar

WOLTER ALS REIZEND KUNSTENAAR

https://hjwolter.rkdmonographs.nl/wolter-als-reizend-kunstenaar

Hendrik Jan Wolter was een reizend kunstenaar. Niet alleen in Nederland maakte hij vele haven-, stads- en dorpsgezichten, maar ook in vele andere Europese landen. Zijn eerste reis naar Zuid-Engeland in 1909 luidde het begin in van een continue productie van schilderijen met buitenlandse onderwerpen. Tussen 1909 en 1914 reisde hij herhaaldelijk naar de Engelse kustplaatsen Polperro, St. Ives, Lynmouth en Whitby. Het water, de schepen, de stranden en de havens van deze vissersdorpen boden hem een onuitputtelijke bron van inspiratie.


De haven van Polperro, Cornwall, ca. 1923.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog beperkte Hendrik Jan Wolter zich noodgedwongen tot Zeeuwse kustplaatsen, zoals Tholen, Veere, en Zierikzee. Hoewel hij voor 1914 reeds geboeid was door het water en het leven in Zeeland, vond Wolter tijdens de oorlogsjaren op deze plekken, en in zijn woonplaats Amsterdam, zijn hoofdonderwerpen. De werken De haven en het raadhuis van Veere en Gezicht op Veere, uitgevoerd in lichte blauwtinten, zijn typerend voor deze periode. Na de oorlog keerde Wolter geregeld naar Engeland terug, waar de kust en de haven van St. Ives wederom onderwerp waren van zijn schilderijen.