Een Wolter in het Prado Madrid

In het Wolter-archief van Douwes Fine Art (waarover meer in een toekomstig blog) zit een zwart-wit foto van ‘t Oude Oosterdok, een schilderij dat Wolter exposeerde op de voorjaarstentoonstelling van Arti-leden, in april-mei 1920. Hij ontving daarvoor destijds de gouden medaille die H.M. Koningin Wilhelmina jaarlijks aan Arti ter beschikking stelde. Een onafhankelijke jury bepaalde aan welk werk de onderscheiding werd toegekend.

H.J. Wolter–’t Oude Oosterdok Foto Douwes Fine Art

Volgens een handgeschreven aantekening op de achterkant van de foto zou dit werk eigendom zijn van het ‘Museo Moderno te Madrid’. Een Wolter in een Spaans museum?

Aantekeningen op de achterkant van de foto

Hoe kwam dat daar en, belangrijker, was het werk nog in dat museum. Uit onderzoek bleek allereerst dat vermoedelijk het Museo de Arte Moderna in Madrid werd bedoeld. Dat museum bestaat niet meer, maar de collectie is na 1992 verdeeld tussen het Museo Reina Sofía (zeg maar: het Stedelijk) en het Museo del Prado, dat een collectie en een statuur heeft die vergelijkbaar zijn met die van het Rijksmuseum. Contact met Reina Sofía leerde al snel dat het werk niet daar was, maar in het Prado. De conservator deelde een kleine foto, die bevestigde dat het ging om ’t Oude Oosterdok. Het werk was volgens zijn informatie vermoedelijk aangekocht nadat het was geëxposeerd op een tentoonstelling van Nederlandse schilderijen in Madrid in mei 1921.

Omslag catalogus Exposición Holandesa 9 – 31 mei 1921, waar ’t Oude Oosterdok te zien was.

De conservator van het Prado museum was al even behulpzaam. Hij bevestigde dat het schilderij behoort tot de collectie van het museum, waar het is geregistreerd als Puerta de Amsterdam.
Uit een vergelijking van de zwart-wit foto met een meegezonden kleuren-afbeelding van het schilderij (zie hieronder) bleek dat het inderdaad ging om ’t Oude Oosterdok.

Het Oosterdok is tussen 1828 en 1832 aangelegd om de dichtslibbing van de 17e-eeuwse haven – het open water front – tegen te gaan. Daarvóór werden aan de Oost- en Westkant van het Damrak dijken geplaatst. De Oostelijke dijk liep van de Oude Waal tot voorbij de Oostenburgergracht. Het zo ontstane Oosterdok omvatte ook het Marinedok, met ’s Lands Zeemagazijn (het huidige Scheepvaartmuseum). Het Oosterdok was toegankelijk via een schutsluis die werd gebruikt door zeeschepen en binnenvaarders, die geloste lading verder vervoerden. Ook  schepen die voor reparatie op een van de werven aan de Kattenburgergracht of de Wittenburgergracht moesten zijn maakten gebruik van de sluis.

H.J. Wolter – ’t Oude Oosterdok (ca. 1920)  Foto Archivo fotográfico del Museo del Prado


Wie dit grote en kleurrijke werk ziet begrijpt dat het in 1920 werd bekroond met de gouden medaille van de vorstin. Het licht komt van links, net buiten het schilderij, waardoor een bijzonder tegenlicht effect ontstaat. Dat wordt geaccentueerd door de vage contouren van het Scheepvaarthuis (rechts, met de toren) en de 17e eeuwse pakhuizen links daarvan, aan de Prins Hendrikkade.  Het Scheepvaarthuis was tussen 1913 en 1916 gebouwd als hoofdkantoor voor zes Nederlandse rederijen. Reizigers konden er reizen boeken, onder meer naar Nederlands Oost-Indië en Afrika, maar ook vrachtgevers handelden hun zaken af in het gebouw, het eerste voorbeeld van de architectuur van De Amsterdamse School.

Op het schilderij van Wolter  liggen in het water van het Oosterdok enkele beurtvaartschepen, die goederen en passagiers vervoerden op vaste lijnen, de zogenaamde beurtvaart. Op de achtergrond ligt een tweemaster, een zeilschip dat inmiddels vrijwel uit het vrachtvervoer was verdwenen. De kleine stoomboot op de voorgrond is een havensleepboot.

Wolter schilderde het Oosterdok vanaf het Oosterdokseiland, dat met twee andere kunstmatige eilanden in de jaren 1870 was aangelegd voor de bouw van het Centraal Station.  Op dat eiland verrezen in de afgelopen decennia onder meer de Openbare Bibliotheek (OBA) en het Conservatorium, evenals een aantal grote kantoorgebouwen.

 

 

Confectieatelier de Pijp

Op 19 november 2025 werd dit werk geveild bij het Venduehuis der Notarissen in den Haag. Het maakt deel uit van een serie pastels die Wolter maakte in confectie ateliers aan de St Willibrordusstraat in de Pijp, op loopafstand van zijn woonhuis/atelier aan de Amsteldijk 47. Andere werken uit deze serie zijn in het bezit van het Amsterdam Museum en het Stadsarchief Amsterdam.

In de periode 1900-1930 vestigde zich een groot aantal confectieateliers in de Pijp. In de Sint Willibrordusstraat zaten vooral kleine ateliers met 6 tot 12 werkneemsters. Aanvankelijk waren dit vooral meisjes in de leeftijd van 13 tot 18 jaar, die als naaister lange dagen maakten tegen een laag loon. Op deze rond 1922 gemaakte pastel zijn de vrouwen van oudere leeftijd en, gezien de korte tafel met 6 naaisters, lijkt dit een klein atelier. Op de andere pastels van Wolter is een veel grotere werkplaats afgebeeld, vermoedelijk die van Confectiefabriek H. Vermeulen, die in de jaren twintig was gevestigd op St. Willibrordusstraat 47-55 (zie de foto).

Bron: website Amsterdam Museum; Beeldbank Stadsarchief Amsterdam; ChatGPT

Sint Willibrordusstraat jaren zestig, links de twee panden op nrs 47-55
Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Weidelandschap bij Schiedam

Dit schilderij is gebruikt – en vermoedelijk speciaal gemaakt – voor de Derde serie aardrijkskundige wandplaten (no. 11) die vanaf 1913 werd uitgegeven door uitgeverij P. Noordhoff te Groningen. Het is in 2024 verkocht via het Venduehuis te den Haag

Op het schilderij staat links een boer op een spoelingschuit (spoelingschouw), die via een daarop gemonteerde spoelingpomp spoeling overpompt naar de bakken in de wei. Spoeling was een restproduct van de jeneverproductie, dat geschikt was als veevoer. In Schiedam waren rond 1912, het vermoedelijke jaar waarin dit werk is geschilderd, nog enkele tientallen jeneverstokerijen die spoeling als veevoer verkochten. In het gebied rond de Schie – Kethel en Overschie – voerden veel boeren hun koeien uitsluitend met spoeling. Omdat de branderijen en de meeste boerderijen in dit gebied langs of in de buurt van het water lagen was het mogelijk de spoeling via het water aan te voeren. De spoelingschouwen waren van hout en werden afgedekt met houten luiken zodat de spoeling goed op temperatuur bleef tijdens het transport. De meeste boeren hadden zelf een spoelingschouw, maar huurden meestal een spoelinghaalder in om de spoeling te halen. Bij de boerderij aangekomen werd vanuit de schuit de spoeling met de spoelingpomp via houten goten naar de voergoot in de stal gevoerd of, zoals op het schilderij, naar kuipen of troggen in het land gepompt. In de jaren dertig werden de spoelingschouwen vervangen door tankauto’s. Bron: https://www.middendelflandsite.nl/natuur-en-cultuurhistorie/spoeling/

Foto Venduehuis Den Haag – Michel Grollé

St. Ives, Cornwall

Nadat hij in 1910  voor het eerst naar Engeland was gereisd (Lynmouth en Devon) ging Wolter in 1911 naar Cornwall, waar hij schilderde in de vissersplaatsjes Polperro en Whitby. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog keerde hij daar steeds terug, maar pas na die oorlog kwam hij voor het eerst in St Ives.In de jaren 1921-1924 legde hij de haven vanuit verschillende invalshoeken vast. In die periode was St Ives nog een belangrijke vissershaven met sardines (‘pilchards’), haring en makreel gevangen aan de Noord kust van Cornwall. Het schilderij geeft een beeld van de haven bij eb, met de voor haring- en makreelvangst gebruikte loggers op het droge en de toren van de kerk van St Ia, gebouwd tussen 1410 en 1434.

Op de foto (ca 1930, The Photochrom Co Ltd) is rechts van de toren een havenmuur zichtbaar met daarop een weg (Wharf Road), aangelegd in de dertiger jaren, die de huizen tegen het getij beschermde.Bron: History of the Cornish Fishing Industry, zie https://cornwallgoodseafoodguide.org.uk/cornish-fishing/history-of-the-cornish-fishing-industry.php; British Listed Buildings https://britishlistedbuildings.co.uk/101143424-church-of-st-ia-st-ives

Expositie Hendrik Jan Wolter in Flehite, Amersfoort, groot succes meer dan 20.000 bezoekers

WOLTER EN WATER

Expositie over de levenslange fascinatie voor water van een kunstenaar

Ter gelegenheid van de 150e geboortejaar van Hendrik Jan Wolter organiseert Museum Flehite samen met de stichting Vrienden van de schilder H.J. Wolter de expositie ‘Wolter & Water’.
De bijna honderd tentoongestelde schilderijen en werken op papier van de naturalist / impressionist Wolter tonen zijn permanente fascinatie aan met water. Zijn aandacht werd gevangen door de voortdurende verandering van lichtval en reflectie op allerlei soorten wateroppervlaktes – van stadsgrachten tot tegen rotskusten uiteen spattende golven. In de tentoonstelling is goed te zien hoe Hendrik Jan Wolter zich ontwikkelde van naturalist in zijn vroege werk van de Amersfoortse grachten, tot neo-impressionist en luminist in zijn latere vermaarde Amstelgezichten en zeegezichten in Engeland en het mediterrane gebied. ‘Wolter & Water’ was te zien van 2 december 2023 t/m 2 april 2024 in Museum Flehite in Amersfoort.

Wolter & Water
Hendrik Jan Wolter was sterk gefascineerd door de weergave van uiteenlopende soorten water. Zijn werk is doordrenkt met een onweerstaanbare aantrekkingskracht tot de beweging, tinten en weerkaatsing van water. Wolters schilderijen, variërend van spiegelende grachten, tot kabbelende beekjes, glinsterende rivieren en onstuimige golven, getuigen van zijn verlangen om de ziel van water vast te leggen. Hij besteedde zijn carrière aan het verkennen van de subtiele nuances van licht en kleur die water te bieden heeft. Zijn meesterlijke penseelstreken brachten het schitterende en hypnotiserende karakter van water in al zijn facetten tot leven.

Wolter volgende het licht van Amsterdam naar Amersfoort tot Rome
Hendrik Jan Wolter (1873 – 1952) werd geboren in Amsterdam en vestigde zich in 1885 met zijn ouders in Amersfoort. In 1900 werd ook het bedrijf van Wolter senior naar Amersfoort overgeplaatst, waar het uitgroeide tot het Installatiebureau voor Centrale Verwarmingen Wolter&Dros.
Nog steeds is dit bedrijf in Amersfoort gevestigd; inmiddels actief als croonwolter&dros. Hoewel een artistieke carrière in zijn kringen geen vanzelfsprekendheid was, markeerde zijn aankomst in Amersfoort het begin van een periode van artistieke groei en ontwikkeling. De stad en de omliggende natuurlijke schoonheid van het Gooi en het landschap rondom de Zuiderzee werden een voortdurende bron van inspiratie voor Wolter. Door zijn vader aangespoord startte Hendrik Jan in 1892 aan de Militaire School in Haarlem. Nadat al snel bleek dat dit geen onverdeeld succes was, vervolgde hij zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hier maakte hij kennis met het impressionistische werk van Monet, Sisley en de Belgische neo-impressionisten Theo van Rijsselberghe en Emile Claus. In zijn latere leven doet hij graag inspiratie op in het buitenland en leidt een reislustig bestaan. In Cornwall, Londen, Treboul, Douarnenez, Honfleur en kustplaatsen aan de Franse Rivièra, maar ook aan de Noord-Italiaanse kust en in Rome kon hij zich overvloedig laten inspireren door het spel van licht en water in de zee, Tiber, maar ook bijvoorbeeld in de Trevifontein.

Catalogus Wolter & Water
Op 2 december verschijnt de catalogus ‘Wolter & Water’ over het leven en werk van Hendrik Jan Wolter. De 128 pagina’s tellende uitgave van Boiten Boekprojecten werd geschreven door Jop Ubbens, Maarten Jager en Onno Maurer, prijs €24,95.

 

Zuidwellebrug in Zierikzee

Tijdens zijn eerste reis naar Zeeland in 1909 schilderde Wolter op een mooie zomeravond de Zuidwellebrug in Zierikzee, met op de achtergrond de St Lievens Monstertoren.

De Zuidwellebrug stamt uit 1624 (toen nog geheel van hout) en is in de huidige vorm aangelegd in 1784.

In 2017 werden ernstige scheuren aangetroffen in de brug, waarna bleek dat het voegwerk – waarschijnlijk als gevolg van het zout dat na de watersnoodramp daarin was achtergebleven – op sommige plaatsen geheel verpulverd was. De brug is in 2020 geheel gerenoveerd.

Op het schilderij koestert de St Lievens Monstertoren zich in de zon op een wat heiige zomeravond.

De bouw van de toren ving aan in 1454, toen Zierikzee al een welvarende vissers- en handelsstad was en in 1510 werd de huidige hoogte bereikt.

De oorspronkelijk beoogde hoogte was vermoedelijk 130 meter (hoger dan de Dom in Utrecht), maar door geldgebrek is het bij 67 meter gebleven.

De toren ontleent zijn naam aan de naastgelegen St Lievenskerk, waarmee hij verbonden had moeten worden, maar ook daar was geen geld meer voor.
(Bron: www.zierikzee-monumentenstad.nl)

Bron is het Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr ZZE-2395. De foto is van S. Ochtman, S. Ochtman en Zoon.

 

Sluiswachterhuis aan de Sint Anthoniesluis Amsterdam

Het huisje werd in 1695 gebouwd, als sluiswachtershuis aan de Sint Anthoniesluis. De sluiswachter bediende, controleerde en onderhield de sluis in opdracht van de stad Amsterdam. De sluis had tot doel de vijandige schepen te beletten om de stad in te komen en de uitstroom van rivierwater (Amstel) via de grachten naar het IJ te regelen (bron: https://www.joodsamsterdam.nl/het-huisje-van-gosler/).

Montelbaanstoren zicht

Toen HJW dit schilderde stond het huisje aan het begin van de Joden Houttuinen, een straat waarvan alle andere huizen zijn afgebroken. In het gebouw was gevestigd A. Gosler & Zonen, handel in machinerieën en metalen, die blijkens een bord op de gevel ook aannemer van sloopwerken was.
De joodse familie Gosler bestond uit Abraham, Saartje en vijf kinderen, waarvan er twee WO II hebben overleefd. Het huisje was eind jaren zestig rijp voor de sloop, maar bleef behouden en werd eind jaren zeventig gerenoveerd tot woonhuis.
Sinds de jaren negentig zit hier Café De Sluyswacht, tot voor kort eigendom van ex-Woo dj Jan Westerman, die vlak voor Oud & Nieuw 2022 overleed.

Het Witte Huis Rotterdam

Circa 1920 schilderde HJ het Witte Huis in Rotterdam met zicht over de Nieuwe Maas.

Het Witte Huis is eind 19e eeuw in Rotterdam gebouwd naar een ontwerp van de architect Willem Molenbroek, geïnspireerd op  Amerikaanse wolkenkrabbers.
Met zijn elf verdiepingen, waarvan drie onder het schuine dak, was het destijds het hoogste kantoorgebouw van Europa.
Het is in totaal 43 meter hoog en gebouwd in Art Nouveau stijl. Op het platte dak bevindt zich een uitkijkplatform, te bereiken met een lift, iets wat rond 1900 zeer modern was.

Foto Witte Huis (1954): KLM Aerocarto

Het Polderhuis in Amsterdam

Het schilderij van HJW heet volgens de Monografie ‘Het Polderhuis in Amsterdam’. Het gaat hier om het polderhuis aan de Stadhouderskade hoek Ruysdaelkade, opzij van het Rijksmuseum, tussen de schutsluis en de overhaal voor groenteschuiten aan het eind van de Boerenwetering bij de Buitensingel. Het terrein er omheen heet sinds 1999 Carel Willinkplantsoen.

 

In het Polderhuis vonden vergaderingen van het polderbestuur van de Binnendijkse Buitenvelderse polder plaats. Het polderhuis werd door de poldermeesters verhuurd. De huurder had zijn inkomsten uit inning van schutgelden en de ‘tapnering’. Rond 1900 was er een Café-Biljard waar men Van Vollenhoven Stout schonk, ‘hét bier voor oude vrouwen, kinderen, bloedarmoedigen, maaglijders, zwakken en kraamvrouwen’(https://verlorenbieren.nl/verloren-bieren-15-van-vollenhovens-stout/)

Het grote wiel was de overhaal of overtoom – zo te zien (qua omvang) voor groenteschuiten, die hier Amsterdam binnenkwamen. Daarmee konden ze vanuit de Boerenwetering naar de Buitensingel worden gesleept, zodat ze niet door de schutsluis (rechts op het schilderij) hoefden. Tijdwinst dus.

Op het schilderij zie je de schutsluis en niet de overhaal, dus staat het beeld haaks op de foto uit 1905.Vermoedelijk heeft Wolter aan de Hobbemakade gezeten, met het Rijksmuseum in de rug, vrijwel op hetzelfde punt vanwaar onderstaande foto van ca. 1920 is genomen, alleen heeft hij het café, links van het Polderhuis, weggelaten.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, fotograaf onbekend

Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam, fotograaf onbekend

 

Op de foto is te zien dat het huisje rond 1920 al sterk verwaarloosd was en dat de kruislingse hekjes in de linker twee bogen van de veranda waren verwijderd, net als in het schilderij van Wolter. Vermoedelijk is dat dus rond die tijd geschilderd. Het Polderhuis, de sluis en het café werden in 1925 afgebroken om plaats te maken voor een rioolgemaal.

Bron: https://www.wikiwand.com/nl/Polderhuis_(Boerenwetering)